Verslag Klimaatcongres 2010

Eerder schreef ik al over het Klimaatcongres 2010. Echter, toegang is beperkt voor medewerkers van lokale overheid, nationale overheidsinstanties en organisaties die zich richten op klimaat en milieu. Een dag vol met interactie over lokaal samenwerken voor een duurzame toekomst. Persoonlijk leek het mij een erg interessant evenement, ware het niet dat ik a) last minute niet kon inschrijven, en b) dat ik niet bij een overheid/organsiatie werkzaam ben. Maar gelukkig heeft mijn oproep ook mijn gemeente bereikt, en is Ingrid Dimmers (in dagelijks leven werkzaam in de gemeente met onder andere onderwerpen als duurzaamheid) in de pen geklommen voor een kort verslag.

Ingrids’ korte verslag over het Klimaatcongres 2010

Ik heb tijdens het drukbezochte klimaatcongres een drietal workshops gevolgd. Het congres werd gehouden in de Fabrique, een imposante locatie. Het is een voormalige fabriek en ziet er van buiten oud en vervallen uit. Van binnen is deze ingericht als duurzame huisvesting. Het hele klimaatcongres was energieneutraal. Vervoer van en naar het station vond plaats of met elektrische busjes of te voet (ca. 1,2 km).

Mijn eerste workshop ging over een handreiking energiebesparing Bedrijventerreinen. Dit is voor de gemeente Gennep interessant, aangezien we bezig zijn met ontwikkeling van regionaal bedrijventerrein “de Brem”. De handreiking wordt momenteel in opdracht van VROM ontwikkeld en deze kan door gemeenten worden gebruikt voor zowel bestaande als nieuwe bedrijventerreinen.

De handreiking beschrijft uit een aantal fasen dat moeten worden doorlopen. Tijdens de workshop zijn alleen de eerst twee fasen besproken: de initiatieffase en de definitiefase. Deze fasen zijn ook de belangrijksten voor het slagen het proces van energiebesparing. In de initiatieffase spreekt het bestuur haar ambities uit. Voorst is het belangrijk dat de projectleider eigenaar van de energie ambitie wordt.

In de definitiefase wordt de abstracte ambitie vertaald naar prestatiedoelstellingen. Dit is een lastige stap, waar ik nu niet verder over uit zal wijden.

Met de zaal is gediscussieerd over de aanbevelingen die in de handreiking gedaan worden. Na plenaire opening en eerste workshop was er een biologische lunch en gelegenheid de kennismarkt te bezoeken. Dit was een aardig drukke maar positieve bedoeling.

Vervolgens heb ik de klimaatacademie door Jan Terlouw (voorzitter platform EnergieTransitie Gebouwde Omgeving (PEGO)) bijgewoond. Een bevlogen en filosofisch verhaal van een inmiddels gepensioneerde Terlouw. Veel aantekeningen gemaakt: was inspirerend.

Twee kernpunten uit het betoog van Jan Terlouw:

  1. Er is geen schaarste aan duurzame energie. De zon is oneindig. Ook in de aardbol zelf is veel energie aanwezig. Aan de energievraag in Europa wordt door ca. 1/3 deel voldaan middels kernenergie. Maar kernenergie is geen oplossing. Afgezien van de nadelen en risico’s kunnen we er niet tegenop bouwen. Een deel van de centrales is verouderd en moet worden gerenoveerd. Daarnaast zouden er vele nieuwe centrales nodig zijn om aan de groeiende vraag naar energie te kunnen voldoen. PEGO heeft onderzoek gegaan naar de overgang van traditionele naar duurzame energie. Economie en techniek blijken geen bottleneck. Breekpunt is de politiek (belangen, aandeelhouders etc).
  2. Een waarschuwing naar het Nederlandse bedrijfsleven: ‘let op uw zaak’. Hij kwam met voorbeeld hoe overal in de wereld massaal wordt geïnvesteerd in duurzame energie. In Amerika 100 miljard (!!!) euro voor duurzame energie en in China 50 miljard euro voor electrische auto’s. Nederlandse bedrijven willen wel, maar de overheid moet ze een handje helpen. Nieuwe kabinet (green deal): helaas weinig geld beschikbaar. Zorgwekkend!

Derde workshop was van Thomas Rau

Rau stond onlangs als enige architekt in de ‘Duurzame 100’. Hij heeft een geheel eigen visie op bouwen en klimaat. Hij geeft aan dat het noodzakelijk is om na te denken over wat we met onze planeet willen. We moeten denken en handelen vanuit de toekomst, niet vanuit de huidige mogelijkheden. Het gaat in zijn ogen niet om duurzaamheid, maar om levensvatbaarheid. Welke denkpatronen horen bij levensvatbaarheid:

  • energie (zon) is oneindig. Dit is dus niet het probleem.
  • Grondstoffen raken op.

Grondstoffen gaan uiteindelijk de economie bepalen. Zo is Rau tegen vuilverbranden voor groene stroom, omdat je daarmee definitief je grondstoffen kwijt raakt.

Gebouwen ziet Thomas Rau als grondstoffenbank. Hij heeft daarmee ook een afwijkend denkbeeld dan wat gangbaar is. Een gebouw moet ontworpen worden op performance basis. Je vraagt bijvoorbeeld om licht, niet om lampen, loopruimte in plaats van vloeren. Aan de vakman over laten hoe hij dit vorm geeft. En materialen weer na sloop weer hergebruiken.

EPC’s en ander normen zijn in zijn ogen onzinnig en leiden tot niet levensvatbare woningen. (een nulwoning is in zijn ogen een doodskist). (noot webmaster Niels: mee eens, mooier zijn de energie-plus woningen, die zelfs energie-overschot hebben. Laten we eerst de stap maken naar energie-neutraal wonen)

Thomas verwijst ook naar het feit dat we niet meer weten hoe de natuur werkt, die leven mogelijk maakt. De romeinen wisten al hoe ze bijvoorbeeld een gebouw koel moesten houden (zonder airco’s op het dak 😉 ).

Een filosofisch en vooruitziend verhaal, doorspekt met humor.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *